Wat zijn de alternatieven voor weefselkweek?
Het kweken van weefsels en organen is een heel 'nieuwe' behandelingsmethode. Het bestaat nog niet lang en is voor een groot gedeelte nog in de onderzoeksfase. Veel mensen komen nog niet in aanmerking voor weefselkweek en voor die mensen zijn er vaak alternatieven. Eén alternatief is het inspuiten van stamcellen in het lichaam en dan het lichaam zelf het werk te laten doen. Dit staat uitgelegd bij 'Welke soorten' en dan bij 'Hart'. Een ander alternatief is om alleen cellen, bijvoorbeeld insulineproducerende cellen, in te spuiten in het lichaam. Dat is veel makkelijker dan een heel orgaan te kweken en/of te transplanteren. Hieronder staan nog drie andere alternatieven uitgelegd: orgaantransplantatie, xenotransplantatie en een kunstorgaan buiten het lichaam.
Transplantatie is de laatste tijd veel in het nieuws geweest door de wachttijden.
Er zijn maar weinig mensen die hebben aangegeven donor te willen zijn na hun
overlijden, terwijl er veel vraag naar donororganen is. Daardoor wordt de
wachttijd voor een donororgaan zo lang dat de organen vaak te laat komen. Als er
dan eindelijk een donororgaan beschikbaar is, moet die ook nog aan veel eisen
voldoen. Dat is nodig om afstoting te vermijden. Een orgaan van een familielid
heeft de meeste kans om geschikt te zijn, maar ook organen van vreemden kunnen
goed zijn. In laboratoria wordt onderzocht welk weefseltype het orgaan heeft en
welke bloedgroep de donor had en dat wordt opgeslagen in een databank. Op deze
manier kan snel gezocht worden naar een geschikt orgaan. Ondanks dat deze
criteria onderzocht zijn, is er toch nog een kans dat het orgaan wordt
afgestoten. Grafieken met cijfers over afstoting staan hieronder.
Dit zijn grafieken met daarin het percentage organen dat na een transplantatie
goed functioneerd (= 'overlevingskans' op de verticale as). Op de horizontale as
staat de tijd na de transplantatie in jaren.
- Grafieken
De grafieken komen van
www.transplantatiestichting.nl
Als er een chronische
afstoting tegen het getransplanteerde orgaan is, merk je dat meestal binnen zes
maanden. Er worden dan antilichamen geproduceerd tegen het donororgaan en dat
moet tegengegaan worden door middel van anti-afstotingsmedicijnen. De patiënt
moet die de rest van zijn/haar leven blijven slikken. Helaas is hij/zij daardoor
wel vatbaarder voor andere infecties, zoals verkoudheid en griep. Na
transplantatie van een orgaan moet de patiënt regelmatig voor controle terug
komen bij de arts in het transplantatieziekenhuis.
Zoals al eerder gezegd, moeten donororganen aan verschillende criteria voldoen
om in aanmerking te komen voor transplantatie bij een bepaalde patiënt. Voor elk
orgaan zijn dat andere criteria. Nieren en de alvleesklier moeten bijvoorbeld de
goede bloedgroep en weefseltypering hebben. Nieren moeten binnen 40 uur na
uitname getransplanteerd worden en de alvleesklier binnen veertien uur. Vaak
worden de alvleesklier en nieren tegelijk getransplanteerd, omdat een afwijking
aan de alvleesklier kan leiden tot suikerziekte, wat weer kan leiden tot een
nierafwijking.
Het hart en de longen moeten de goede bloedgroep hebben en bovendien moeten de
lengte en gewicht van de donor ongeveer hetzelfde zijn als dat van de ontvanger.
Vooral voor harttransplantatie geldt dat de patiënt wel een goed leven moet
kunnen leiden na de operatie. Het hart moet binnen vier uur na uitname
getransplanteerd worden en de longen binnen vier tot acht uur. De patiënt kan
een enkel- of dubbelzijdige longtransplantatie ondergaan. Dat hangt er van af
wat er aan de hand is met de patiënt. Als die een niet-infecteuse aandoening
heeft, krijgt 'ie meestal een enkelzijdige longtransplantatie en als de longen
van de patiënt chronisch geïnfecteerd zijn, krijgt hij waarschijnlijk een
dubbelzijdige transplantatie. Als door de ziekte ook het hart onherstelbare
schade heeft opgelopen, krijgt de patiënt een gecombineerde hart-longtransplantatie.
De lever moet de goede bloedgroep hebben en net als bij het hart en de longen,
moet het gewicht van de donor ongeveer gelijk zijn aan het gewicht van de
ontvanger. De lever moet binnen veertien uur na uitname getransplanteerd worden.
Ten slotte de dunne darm. Die moet alleen de goede bloedgroep hebben. Patiënten
die een dunne darm hebben die door een ontsteking niet goed meer voeding op
kunnen nemen, komen in aanmerking voor een dunne darmtransplantatie. De dunne
darm moet binnen twaalf uur na uitname getransplanteerd worden.
Dan is er ook nog weerfseltransplantatie. Weefsels zijn bijvoorbeeld het
hoornvlies, hartkleppen, bloedvaten, botweefsels, peesweefsels en de huid.
Eigelijk is de huid een orgaan, maar qua eigenschappen past het nu beter bij
weefsels. Een verschil tussen het transplanteren van weefsels en dat van organen,
is dat patiënten bij weefselkweek meestal niet meerdere keren terug moeten komen
bij de arts voor controle.
Bij een hoornvliestransplantatie wordt een rond schijfje uit het troebele
hoornvlies van een patiënt vervangen door eenzelfde schijfje van het hoornvlies
van de donor dat wel helder is, wat rondom vastgehecht wordt. Ook kan alleen de
voorste of juist de achterste laag worden vervangen. De transplantatie zorgt
ervoor dat het zicht sterk wordt verbeterd en dat de pijn erg kan verminderen.
Meestal hoeft het donorhoornvlies niet aan bepaalde kenmerken te voldoen, maar
als er een grote kans is op afstoting, kan de patiënt op een wachtlijst komen
voor een getypeerd hoornvlies.
Een nieuwe hartklep wordt ingehecht in het achterblijvend weefsel van hartklep
van de patiënt zelf. Als nieuwe hartklep kan een mechanische hartklep of een
donorhartklep gebruikt worden. Een donorklep is in veel gevallen het beste,
omdat dat minder kans geeft op infecties en verkalking, ook hoeft de patiënt
geen bloedverdunners te slikken (bij een mechanische hartklep moet dit wel) en
gaat de hartklep langer mee.
Als gevolg van botkanker kan het zijn dat een ledemaat eigenlijk geamputeerd
moet worden. Om dat te voorkomen, kan de patiënt soms een bottransplantatie
krijgen. Er kan dan een heel bot vervangen, maar het donorweefsel kan ook
gebruikt worden om het eigen bot 'op te vullen'. Voor kniebandreconstructies
bworden vaak de archillespees en de knieschijf gebruikt.
Donorhuid kan van een (onbekende) donor zijn, maar ook van de patiënt zelf. Dan
halen doktoren bijvoorbeeld een stuk huid van de dijbeen af om het vervolgens te
plaatsen op de plek waar het nodig is. Hoe dit gaat, staat uitgelegd bij 'Welke
soorten?'. Als de nieuwe huid erop zit, geeft dat direct pijnverlichting. Ook
zorgt het voor bescherming tegen infecties en voorkomt het vochtverlies. Ook heb
je hierdoor minder kans op littekenvorming.
Dit filmpje is een nieuwsbericht over een niertransplantatie die live opgenomen
en uitgezonden. Het filmpje komt van nu.nl. (Links-boven in de hoek klikken en
dan evt. nog in het midden klikken, om
het filmpje te starten)
Filmpje
Hieronder staat een voorbeeld van iemand die een levertransplantatie heeft
ondergaan.
Dagblad van het Noorden van 27 september 2008
http://nl.wikipedia.org/wiki/Transplantatie
www.transplantatiestichting.nl/index.php?id=orgaantransplantatie
www.transplantatiestichting.nl/index.php?id=weefseltransplantatie
Xenotransplantatie houdt in dat
organen van een dier van de ene soort naar een dier van een andere soort
worden getransplanteerd. Een voorbeeld hiervan is het transplanteren van een
varkenshart in een menselijk lichaam. Dit is echter (nog) niet mogelijk, omdat
het te veel risoco's met zich meebrengt. Het is daarom ook verboden bij de wet.
De wet staat in het kort bij 'Wetten' en hieronder staan de risico's uitgelegd
die xenotransplantatie met zich meebrengt.
Het immuunsusteem van de ontvanger zal het orgaan direct herkennen als
lichaamsvreemd als het wel gedaan wordt. Daarom zou eerst het donordier of
donororgaan aangepast moeten worden zodat het immuunsysteem van de ontvanger het
orgaan niet als lichaamsvreemd herkent. Een andere oplossing zou zijn om het
immuunsysteem van de ontvanger (gedeeltelijk) 'uit te zetten'. In de praktijk
zou waarschijnlijk een combinatie van deze twee de oplossing zijn. De organen
van varkens zouden waarschijnlijk het meest geschikt zijn voor mensen, omdat die
ongeveer even groot zijn en het afweersysteem reageert daar waarschijnlijk het
minste op.
Een ander groot nadeel van xenotransplantatie is dat er misschien virussen van
de ene diersoort naar de andere worden overgebracht. Het virus zou voor de
ontvanger dodelijk of heel besmettelijk kunnen zijn, waardoor de hele mensheid
in gevaar zou kunnen komen. Dit is misschien overdreven, maar van te voren is
dat moeilijk te zeggen. Dit is de hoofdreden dat xenoptransplantatie verboden in
bij de wet.
Een aantal weefsels zouden wel van varkens naar mensen getransplanteerd kunnen
worden, dat zijn dode weefsels. Dat levert veel minder problemen op. Een voorbeeld daarvan is een hartklep. In de toekomst kunnen misschien ook levende
cellen (bijvoorbeeld insulineproducerende cellen) 'getransplanteerd' worden van
varkens naar mensen, maar een heel orgaan kan waarschijnlijk nog lang niet.
Misschien is de wetenschap binnenkort zelfs wel zover dat xenotransplantatie
helemaal niks meer zou toevoegen.
http://www.biomedisch.nl/tekst/xenotransplantatie.php
Een bekend voorbeeld van het gebruik van een kunstorgaan buiten het lichaam is
nierdialyse. Een apparaat neemt dan de functie van de nieren over als de nieren
zelf gedeeltelijk of helemaal hun werk niet meer doen. Zelfs het werk van de
longen en het hart kan tijdelijk overgenomen worden door een apparaat. De
apparaten die deze dingen mogelijk maken hebben helemaal geen lichaams eigen
cellen, dat is het grote verschil met de kunstlever: "de AMC Bio Artificiële
lever". Dit apparaat/orgaan blijft buiten het lichaam, maar is wel gevuld met
echte levercellen. Zo'n apparaat bestaat al wel, maar is alleen nog maar getest
op varkens en dus gevuld met levercellen van varkens. Deze cellen mogen niet
gebruikt worden voor mensen, omdat er dan gevaar is dat er een dierlijk virus
naar de mens overgaat. Daarom wordt er nu gezocht naar geschikte levercellen
van.
De lever zorgt ervoor dat het bloed wordt gezuiverd en dat er stoffen aan het
bloed worden toegevoegd, zoals stollingfactoren. Dit wordt allemaal gedaan door
bepaalde levende cellen in de lever. Als de lever niet meer goed werkt, kan de
patiënt misschien dus binnenkort een kunstlever krijgen. Dat is een plastic
cilinder waar een soort opgerolde mat zit met echte levercellen. Omdat de cellen
alleen goed kunnen functioneren als ze genoeg zuurstof krijgen, zitten er ook
holle buisjes in het apparaat. Het bloed van de patiënt gaat aan de ene kant het
apparaat in, waar het door de cellen stroomt en uiteindelijk gaat het aan de
andere kant het apparaat weer uit en terug het lichaam in.
Naast dat het alleen nog maar getest is op varkens, is er nog een ander nadeel:
er moeten veel levercellen in de kunstlever, ongeveer tien procent van het
aantal cellen wat in een gewone lever zit. Helaas zijn levercellen moeilijk te
vermenigvuldigen, dus er wordt gezocht naar een manier om levercellen
onsterfelijk te maken, zodat ze toch (op grote schaal) gekweekt kunnen worden.
Als deze behandeling op een gegeven moment mogelijk wordt, hebben er
waarschijnlijk veel mensen voordeel bij. Als de lever van een patiënt het niet
meer doet, krijgt de patiënt al snel veel problemen. De patiënt moet dus snel
geholpen worden. Soms kan dit alleen maar door middel van een
levertransplantatie, terwijl donorlevers meestal niet snel genoeg beschikbaar
zijn. Er komen
steeds minder geschikte levers. Er komen wel meerdere oudere levers binnen, maar
die zijn vaak niet te gebruiken, helemaal niet om te splitsen in een groot en
een klein deel (het grote deel voor een volwassene, het kleine deel voor een
kind). Ook is een steeds groter deel van de donorlevers dat binnenkomt te vet om
te kunnen transplanteren.
In de tijd dat de patiënt op een donorlever wacht, kan hij geholpen worden
door middel van een kunstlever. Hierdoor is er meer tijd om een geschikte donor
te vinden. Bij sommige patiënten herstelt de lever vanzelf en zorgt de
kunstlever ervoor dat de echte lever daar echt de tijd voor heeft. De kunstlever
is dus alleen een tussen oplossing tot er een definitieve oplossing is, maar het
zal waarschijnijk wel veel levens kunnen redden.
http://www.biomedisch.nl/tekst/weefselkweek_kunstlever.php
Dagblad van het Noorden van 27 september 2008
Al eerder op deze site staat dat hartkleppen vervangen kunnen
worden door mechanische hartkleppen. Dat is een voorbeeld van een kunstweefsel
in het lichaam. Het wordt gemaakt van speciaal metaal en kunstof en hoeft nooit
vervangen te worden, behalve als het in het hart van een kind wordt geplaatst.
Het groeit namelijk niet mee. Een ander nadeel van mechanische hartkleppen, is
dat de patiënt zijn leven lang bloedverdunners moet gebruiken, om de kans op een
bloedprop kleiner te maken. Dat brengt ook weer veel nadelen met zich mee, de
kans op een spontane bloeding wordt er bijvoorbeeld groter van. Als de patiënt
een gekweekte hartklep krijgt, hoeft hij maar zes weken bloedverdunners te
slikken en daarna niet meer.
Dit filmpje komt van nu.nl (Om het filmpje te openen: eerst links-boven in de hoek klikken en evt. dan nog in het midden klikken)